Kennisvragen Covid-19

CC

De diepte in met ..... Leentje van Alphen

Datum: 18-09-2020

Er is steeds meer aandacht voor bewegen binnen de ondersteuning van mensen met EMB, maar wat zet je nu in voor wie, wanneer en waarom? Dat is geen gemakkelijke vraag. Het is vaak onduidelijk wat specifieke beweegactiviteiten eigenlijk precies opleveren. Het promotieonderzoek van Leentje van Alphen richt zich op de inzet en betekenis van bewegen voor mensen met EMB.

Start van het onderzoek
Het onderzoek is gestart in 2015 met het inzichtelijk maken van de beschikbare kennis vanuit de praktijk. Er zijn gegevens verzameld over de inhoud en kwaliteit van de beweegvormen die worden ingezet binnen de dagelijkse ondersteuning van mensen met EMB. Meer dan 40 professionals vanuit onderwijs en woon- en dagbestedingslocaties deelden hun inzet op het gebied van bewegen voor mensen met EMB.

De conclusie?
Er worden veel prachtige beweegvormen op diverse doelen ingezet. Vaak zijn deze beweegvormen vergelijkbaar met beweegvormen voor mensen met minder ernstige of zelfs zonder beperkingen. Het verschil zit hem in de benodigde extra ondersteuning en benodigde aanpassingen. Zo kunnen bijvoorbeeld paardrijden, fietsen en zwemmen plaatsvinden met behulp van een huifbed, MOTOmed en persoonlijke ondersteuning.

Maar…
De kennis en bewijskracht over het effect van de beweegvormen is nog beperkt. Dit komt doordat de inhoud en onderbouwing vaak onvolledig is vastgelegd, resultaten niet worden gemonitord, en onderzoek naar de effectiviteit ontbreekt of beperkt is uitgevoerd. Hierdoor is het onduidelijk of de ingezette beweegvormen van betekenis zijn voor de persoon met EMB.

Daarom: een beweegprogramma
Vanuit het onderzoek van Leentje is een nieuw beweegprogramma ontwikkeld. Dit programma bestaat uit vier stappen:

Stap 1 - door middel van individuele beeldvorming wordt informatie verzameld om na te gaan op welke manier bewegen voor de persoon belangrijk kan zijn;
Stap 2 - deze kennis wordt benut om afspraken te maken over activeren binnen dagelijkse situaties (zoals een verzorgingsmoment);
Stap 3 -  ook wordt deze kennis benut om doelgerichte beweegactiviteiten in te zetten binnen het weekprogramma;
Stap 4 -  op het doel van de activiteiten wordt gerapporteerd en als laatste wordt het effect geëvalueerd  
Deze vier stappen worden binnen een cyclus steeds opnieuw doorlopen. Op deze manier wordt inzicht verkregen in welke beweegactiviteiten zinvol zijn en met welke betekenis voor iemand kunnen worden ingezet.

Bijvoorbeeld Sanne: bewegen en alertheid
Voor Sanne (fictieve naam) is op basis van haar beeldvorming besloten met het bewegen in te zetten op het verhogen van haar alertheid. De rapportages tonen dat de alertheid van Sanne met name toeneemt bij de beweegvormen waarbij ze uit de stoel gaat en waarbij een actieve bijdrage van haar wordt gevraagd (o.a. stappen in het hydrobad). Bij andere beweegvormen vanuit de stoel (o.a. vasthouden van een muziekinstrument zoals een sambabal) werd met name ‘’weinig actief op de omgeving gericht’’ of ‘’slapen’’ gerapporteerd. Dit geeft de ondersteuning belangrijke informatie over welke beweegvormen het beste kunnen worden ingezet om bij te dragen aan de alertheid van Sanne.

Randvoorwaarden
Vanuit het onderzoek is daarnaast veel geleerd over wat er nodig is om het programma te laten slagen binnen de ondersteuning van mensen met EMB. Bijvoorbeeld dat randvoorwaarden zoals materiaal en begeleiding essentieel zijn. Daarnaast werkt het alleen als er gezamenlijk aan hetzelfde plan wordt gewerkt en hier ook door alle betrokken partijen op wordt gerapporteerd. Binnen het onderzoek analyseren we momenteel van 17 personen met EMB de inhoud en het doel van individuele programma’s
samen met de bijdrage die het heeft opgeleverd.

KDC Aandachtslab
Vanuit dit onderzoek denken we ook mee in de invoering van het beweegprogramma bijvoorbeeld binnen KDC
Aandachtslab
, specifiek voor kinderen met EMB.

Allemaal dezelfde richting op
Binnen KDC Aandachtslab is het programma Perspectief leidend en werken ze met het beweegprogramma. Voor sommige kinderen zijn er ook revalidatiedoelen. Belangrijk is daarbij om de juiste nadruk te blijven leggen en te voorkomen dat vanuit verschillende richtingen de doelen naast elkaar gaan lopen.

Belangrijk hulpmiddel
Het beweegprogramma wordt binnen het KDC Aandachtslab dan ook ingezet als een hulpmiddel. Een hulpmiddel om informatie te verzamelen over bewegen, om een individueel basisaanbod vast te leggen en om multidisciplinair na te denken wat er gedaan wordt en waarom; ook als het bewegen niet kan worden gerelateerd aan de doelen van Perspectief of aan een revalidatiedoel. Daarnaast wordt de ondersteuning op het gebied van bewegen steeds opnieuw geëvalueerd, zodat de kinderen met EMB optimaal kunnen profiteren van de positieve effecten van bewegen.

Wil je meer informatie? Neem dan contact op met Leentje van Alphen:
https://aw-emb.nl/team/leentje-van-alphen

Leentje-van-Alphen

Deel deze pagina op: