Vraag het de onderzoeker: data, wat doe je ermee?

Datum: 10-06-2023

Binnen de Academische Werkplaats EMB worden veel mooie onderzoeken uitgevoerd waarbij onderzoekers in samenwerking met ouders en professionals gegevens (data) verzamelen over diverse onderwerpen. In de dagelijkse praktijk zijn er ontzettend veel factoren die het welzijn en de ontwikkeling van personen met EMB beïnvloeden. Onderzoeker en data-analist Arjen van Assen legt uit hoe dat in z’n werk gaat.

Onderbouwde keuzes
‘Voor kwalitatief goed onderzoek is het van belang om onderbouwde keuzes te maken in welke informatie je nodig hebt om een vraag voor de praktijk op een goede manier te beantwoorden. Als data-analist kan ik betrokken zijn bij projecten waar gegevens al zijn verzameld. Bij deze projecten probeer je de bestaande data zo goed mogelijk te gebruiken om praktisch relevante vragen te beantwoorden. Bijvoorbeeld bij het OJKO-project, zoals hieronder uitgelegd.

Ook word ik betrokken bij projecten die nog gaan starten. Bij deze projecten heb je als onderzoeker nog invloed op de gegevens die verzameld gaan worden. In deze rol denk ik vooral kritisch met de onderzoekers mee over verschillende vragen.

OJKO 1.0 en 2.0
Als onderzoeker en data-analist ben ik betrokken bij het onderzoek over de motorische ontwikkeling van jonge kinderen met EMB, in het OJKO-project. Tijdens OJKO 1.0 zijn de gegevens verzameld en in OJKO 2.0 maken we er gebruik van. Samen met Marleen Wessels, Annette van der Putten en Wendy Post heb ik gebruik gemaakt van vragenlijstgegevens over de motorische vaardigheden van jonge kinderen met EMB. Het gaat dan bijvoorbeeld om vaardigheden als omrollen, reiken of grijpen.

Vragenlijst geschikt?
Als eerste hebben we in kaart gebracht of de gebruikte vragenlijst (de Motor Development List) geschikt is voor het gebruik bij jonge kinderen met EMB. Uit de analyse kwam naar voren dat een aantal aanpassingen nodig waren om de vragenlijst geschikt te maken voor het gebruik bij jonge kinderen met EMB.

De uiteindelijke vragenlijst bestaat uit vijf subschalen:
-houdingsregulatie,
-voortbewegen,
-reiken,
-grijpen en
-fixatie.

Conclusie
Op basis van dit onderzoek werd geconcludeerd dat de kwaliteit van de lijst goed is. Momenteel is er aanvullend onderzoek gaande waarin wordt onderzocht of de vragenlijst een compleet beeld oplevert van de motorische vaardigheden die een kind met EMB beheerst.

Voor de praktijk
Daarnaast gebruiken we de gegevens uit het OJKO-project om in kaart te brengen hoe de motorische ontwikkeling van kinderen over tijd verloopt. Dit verloop van de motorische ontwikkeling proberen we vervolgens te koppelen aan de kenmerken van kinderen. Uiteindelijk hopen we hiermee de praktijk betere adviezen te kunnen geven over het ondersteunen van jonge kinderen met EMB in hun motorische ontwikkeling.

Op deze manier probeer je als onderzoeker en data-analist bij te dragen aan het verzamelen van gegevens die ons als academische werkplaats in staat stellen praktijkvragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

En verder?
We hopen het onderzoek over motoriek een vervolg te geven door verder in kaart te brengen op welke wijze de interactie met ouders en professionals de motorische ontwikkeling beïnvloedt. Bijvoorbeeld, hoe breng je de interactie tussen kinderen en ouders/professionals op een goede manier in kaart? Welke instrumenten zijn geschikt om de ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen? Hoe intensief moet je kinderen volgen om een goed beeld te krijgen? Wat is haalbaar en sluit aan op vragen uit de praktijk?

Portretfoto van onderzoeker Arjen van Assen van de Academische Werkplaats EMB

Wetenschappelijk artikel
Dit onderzoek heeft een wetenschappelijke publicatie opgeleverd:
The construct validity and reliability of the Motor Development List for the assessment of motor skills in children with profound intellectual and multiple disabilities: The next step?
Auteurs: Wessels, M.D., Van Assen, A.G., Post, W.J. & Van der Putten, A.A.J.
Het artikel is hier te vinden: https://doi.org/10.3109/13668250.2023.2188877