De diepte in met …. Maartje van Uffelen over ontwikkeling van motorische vaardigheden

Datum: 22-06-2024

Hoe zit het met de ontwikkeling van motorische vaardigheden bij kinderen met een grote ontwikkelingsachterstand? En hoe onderzoek je dat het beste? In dit artikel vertellen de onderzoekers van het OJKO-project je daar graag meer over.

Over het OJKO-project
Het OJKO-project staat voor het Opvolgen van Jonge Kinderen met een (grote) Ontwikkelingsvertraging. In dit project doen we onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen met een grote ontwikkelingsachterstand op verschillende ontwikkelingsgebieden en de relatie daartussen, zoals de communicatieve ontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling. Daarnaast kijken we ook naar de ouder-kind interactie.

Waar gaat het over?
In ons onderzoek kijken we naar de ontwikkeling van motorische vaardigheden:
Motorische vaardigheden zijn de bewegingen die het kind maakt, bijvoorbeeld: rollen, vastpakken van speelgoed en bewegen van het hoofd.
Met motorische ontwikkeling bedoelen we: veranderingen in deze motorische vaardigheden. Deze ontwikkeling kan het leren of het verliezen van vaardigheden zijn.

Wat is ontwikkeling? In dit filmpje vertelt onderzoeker Ines Van keer over hoe hier vanuit het OJKO-project naar wordt gekeken.

 

logo ojko project

Wat weten we al?
We weten uit een lopend onderzoek dat er grote verschillen zijn in hoe kinderen met een grote ontwikkelingsachterstand zich ontwikkelen op motorisch gebied:
– Zo zijn er kinderen die motorische vaardigheden leren.
– Maar er zijn ook kinderen die eerst motorische vaardigheden leren, en ze daarna verliezen. Bijvoorbeeld een kind dat kon rollen, maar dit op een bepaald moment niet meer kan.

We weten ook dat het belangrijk is om op verschillende manieren motorische vaardigheden in kaart te brengen: bijvoorbeeld door een vragenlijst af te nemen én gedrag te observeren, want dan krijg je een zo compleet mogelijk beeld.

Wat willen we nog meer weten?
We zijn er nog niet. We willen te weten komen hoe het komt dat kinderen verschillende manieren in ontwikkeling laten zien. Zowel in het leren van motorische vaardigheden als het verliezen ervan. Deze kennis helpt om zicht te krijgen op de manier waarop we deze kinderen het beste kunnen ondersteunen en stimuleren in de motorische ontwikkeling.

Waar zijn we nu mee bezig?
Om dit op een goede manier te onderzoeken moeten we keuzes maken: hoe vaak gaan we de motorische ontwikkeling meten? Op welke manier? Om antwoord te krijgen op deze vragen maken we gebruik van informatie uit eerdere onderzoeken en de kennis van experts, zoals ouders en fysiotherapeuten. Het doel is om op basis van deze uitkomsten een protocol te ontwikkelen.

Volgende stap
Wanneer we weten hoe we motorische ontwikkeling het beste in kaart kunnen brengen, is de volgende stap om het ontwikkelde protocol te gebruiken voor het volgen van de ontwikkeling van de motorische vaardigheden. Dit maakt het mogelijk om in toekomstig onderzoek verschillende interventies op het gebied van ondersteuning en stimuleren te evalueren.

Heb je vragen over dit onderzoek?
Stel ze aan Maartje van Uffelen en Ines Van keer

Onderzoeker Maartje van Uffelen staat voor een groot beeldscherm tijdens presentatie op een congres