Kijken met de Lijst Gedragsproblemen
De Lijst Gedragsproblemen voor mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (LGP-(Z)EVMB) zit in een nieuw jasje. Petra Poppes legt uit waar je de lijst voor kunt gebruiken.
Eerst even voor de mensen die het niet kennen: wat is de LGP, wanneer is deze ontwikkeld, door wie en waarom?
De Lijst Gedragsproblemen is oorspronkelijk ontwikkeld door een groep wetenschappers onder leiding van Rojahn. De lijst was bedoeld om soorten gedragsproblemen in kaart te brengen bij mensen met een verstandelijke beperking in het algemeen.
Toen ik onderzoek ging doen naar het voorkomen van gedragsproblemen bij kinderen en volwassenen met EMB, hebben we de lijst aangepast zodat hij beter past bij deze specifieke doelgroep. We hebben ook een categorie gedragingen toegevoegd naast de al bestaande categorieën (zelfverwondend, stereotiep en agressief/destructief gedrag), namelijk teruggetrokken gedrag.
Wat is het doel van de Lijst Gedragsproblemen?
Deze lijst geeft inzicht in welke gedragingen hoe vaak voorkomen bij kinderen en volwassenen met (Z)EVMB. Daarnaast geeft het een beeld van hoe ernstig de omgeving deze gedragingen vindt. Uit onderzoek blijkt dat zelfverwondend, stereotiep en teruggetrokken gedrag veel voorkomt bij deze doelgroep, maar dat betrokken zorgprofessionals die gedragingen in het algemeen niet als ernstig zien. Mogelijk is dat zo omdat men het gedrag vindt horen bij de beperking.
Hoe wordt deze lijst gebruikt in de praktijk?
Minimaal twee personen die de persoon goed kennen vullen de lijst in. Denk aan ouders, begeleiders wonen, dagbesteding, kinderdagcentrum, school en eventueel para(medici). Het is overigens een korte lijst: invullen neemt slechts 15 minuten in beslag. Zodra de lijsten zijn ingevuld, maakt de gedragswetenschapper een verslag van de uitkomsten. Eventuele verschillen van mening tussen de invullers worden ook beschreven.
In gesprek
Dit verslag wordt vervolgens gebruikt om gezamenlijk te bepalen of het gedrag al dan niet een probleem is. Bijvoorbeeld stereotiep gedrag komt elk uur voor. In dit geval gaat het om een persoon die met sleutels voor de ogen heen en weer beweegt. Betrokken begeleiders geven in de lijst aan dat ze het gedrag niet als ernstig beschouwen. Vervolgens hebben we een gesprek over dit gedrag. Deze discussie voeren we vanuit de visie dat deze doelgroep zich kan ontwikkelen en eigen regie kan hebben, maar dat dit alleen lukt in relatie tot anderen.
In dit voorbeeld zou je kunnen stellen dat wanneer een persoon de hele dag door met sleutels voor zijn ogen heen en weer beweegt, hij niet meer in staat is open te staan voor anderen, om ervaringen op te doen en zich te ontwikkelen. Vanuit deze visie bekeken is het gedrag dus problematisch geworden.
Wat gebeurt er met de uitkomsten?
Dat is per persoon verschillend. Wanneer je samen bepaald dat het gedrag problematisch is, verwerk je het in de beeldvorming en stel je doelen op. Bijvoorbeeld om de functie van het probleemgedrag te achterhalen, het te voorkomen of het te verminderen. We gebruiken de lijst ook als evaluatie-instrument, om te bepalen of het werken aan de doelen effect heeft gehad.