Doorstromen: van scientist-practitioner naar promovendus
Professionals uit de praktijk kunnen binnen de Academische Werkplaats EMB als scientist-practitioner ervaring opdoen met wetenschappelijk onderzoek en zich verder ontwikkelen als onderzoeker. Een kans die Gemma Testerink met beide handen heeft aangegrepen. Ze is ergotherapeut bij ’s Heeren Loo en begon in 2019 als scientist-practitioner aan het onderzoeksproject over de effecten van snoezelen. Nu is ze promovendus en is het internationale onderzoek in 2021 van start gegaan.
Hoe ben je bij de Academische Werkplaats EMB terechtgekomen?
‘Ik zag de vacature bij de Academische Werkplaats EMB voorbijkomen en dacht: dát is een leuke combi! Ik heb toen direct gereageerd. Voor paramedici zijn er niet heel veel mogelijkheden om wetenschappelijk onderzoek te doen. Ik heb deze kans met beide handen aangegrepen. Ik ben er heel blij mee.’
Altijd al geïnteresseerd in onderzoek?
‘Toen ik klaar was met mijn studie tot ergotherapeut heb ik de masteropleiding European Master of Science in Occupational Therapy gedaan. Toen heb ik al kennisgemaakt met onderzoek. Binnen ’s Heeren Loo hebben we WOK (wetenschappelijk onderzoek en kennismanagement), daar heb ik ook twee projecten meegedraaid. Ik vind het erg leuk om op een hoger niveau te werken aan ontwikkeling.’
Je bent begonnen als scientist-practitioner. Wat houdt dat in?
‘Dat betekent dat je als praktijk- of onderwijsprofessional betrokken bent bij wetenschappelijk onderzoek. Op die manier kun je ontdekken of onderzoek bij je past en of de combinatie met onderzoek voor jou werkt in de praktijk. Het is een echte brugfunctie. Je staat met één been in de praktijk en met één been in het wetenschappelijk onderzoek.’
Waar komt interesse voor snoezelen vandaan?
‘Bij de sollicitatiegesprekken werden de onderzoeksthema’s genoemd, waaronder dementie, bewegen en ook snoezelen. Daar ben ik direct op ingesprongen. Mijn afstudeeronderwerp ging over spelplezier en ik ben geschoold in sensorische vaardigheden.’
Waarom is wetenschappelijk onderzoek van toegevoegde waarde bij snoezelen?
‘Snoezelen bestaat al heel lang, sinds de jaren 80. Het is op veel manieren vormgegeven en wordt op veel verschillende manieren aangeboden. Maar we weten er nog niet zoveel van. We horen veel uit de praktijk: dat mensen het leuk vinden, ze er rustig van worden, er plezier aan beleven et cetera. Maar wat werkt er nu echt en waarom? Wat is het element binnen snoezelen dat werkt? Is dat het sensorische aspect, of omdat het 1 op 1 is? Als we weten wat werkt en waarom, dan kun je dat beter benutten en snoezelen bewust en doelmatig inzetten.
Wanneer is het onderzoek begonnen?
‘Het onderzoek is in 2019 begonnen, daarbij was ik als scientist-practitioner betrokken. Toen hebben we eerst literatuuronderzoek gedaan om te onderzoeken wat er al bekend was. Daarna hebben we in 2021 een survey uitgezet. Per 1 januari 2022 ben ik als promovendus betrokken bij dit onderzoek en hoop ik eind 2023 te promoveren op dit onderwerp.’
Duo baan/dubbelaanstelling
‘Het is echt wel uniek dat je dit parttime in een dubbelaanstelling kunt doen. Collega Gineke Hanzen (Koninklijke Visio) heeft dit ook gedaan, zij is vorig jaar gepromoveerd op participatie. In een dubbelaanstelling doe je er wel wat langer over. Als je fulltime onderzoeker bent, staat er zo’n 4 jaar voor promotieonderzoek. Als parttimer doe ik er 5 jaren over.’
Hoe combineer je de werkzaamheden van ergotherapeut en onderzoeker?
‘Ik probeer het wel echt gescheiden te houden en dat gaat ook goed. Als onderzoeker werk ik 18 uren verdeeld over 3 dagen, van maandag tot en met woensdag. En ik werk 16 uren als ergotherapeut, verdeeld over 2 dagen.De werkplaats probeert die combinatie echt goed te faciliteren. Ze vinden het belangrijk dat de praktijk en wetenschap verbonden zijn. Ze zeggen het, maar ze doen het ook.’
Waarom heb je ooit gekozen voor ergotherapie?
‘Ergotherapie gaat heel erg over participeren, dat spreekt me aan. Via tools om activiteiten mogelijk te maken voor mensen met een beperking of aandoening, in het dagelijks leven of vrije tijd. Voor mensen met EMB is het niet vanzelfsprekend dat ze participeren. Als ergotherapeut kun je via kleine dingen toch helpen om ze regie te laten pakken, dingen te laten beleven, kansen te creëren om iets nieuws te ontdekken, plezier te maken. Als ergotherapeut kun je daar heel praktisch een steentje aan bijdragen.’
Zou je een ander aanraden om onderzoek te gaan doen?
‘Zeker! Ik zou het iedere professional aanbevelen die op zoek is naar verdieping en nieuwe dingen wil leren. Die echt een onderwerp helemaal wil uitdiepen. Ik moest uit mijn comfortzone komen, weer even wennen aan een nieuwe rol. Weer student zijn en leren om een onderzoeksproject op te zetten met alles wat daarbij komt kijken. Ik vind het allemaal heel inspirerend.’