De diepte in met …. Richard Lekkerkerk over muziektherapie bij mensen met (Z)EVMB
Muziek doet wat in je brein. Dat doet het bij iedereen, maar niet bij iedereen hetzelfde. Daarom doet Richard Lekkerkerk onderzoek naar de effecten van improviserende muziektherapie bij mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en motorische beperkingen ((Z)EVMB).
Eerst even een misverstand uit de weg ruimen: muziektherapie is wat anders dan samen muziek maken of muziekles. Muziektherapie is non-verbale psychotherapie, waarbij muziek als middel wordt ingezet, legt Richard Lekkerkerk uit. Hij werkt als muziektherapeut in de ouderenzorg en in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Muziek doet iets met je, het prikkelt verschillende gebieden in je hersenen. Ga het maar na bij jezelf: je hoort muziek en je begint onbewust mee te bewegen met je voet. Of je schiet vol als je muziek hoort dat je doet denken aan een bepaalde gebeurtenis, want muziek brengt herinneringen boven. In de muziektherapie werken we aan doelen en maken we gebruik van deze effecten.’
Doelen bij (Z)EVMB
Taal hoeft geen rol te spelen bij muziektherapie en daarmee is het heel geschikt voor de groep mensen met (Z)EVMB. Muziek biedt de kans om op een alternatieve manier te communiceren en ook om plezier te beleven en te participeren in een culturele activiteit. Improvisatie in de muziek lijkt extra kansen te geven tot communiceren en afstemmen op emoties.
Masterstudie
Eerder deed Richard een masterstudie naar de effecten van muziektherapie op participatie van mensen met (Z)EVMB. ‘Uit de masterstudie bleek dat er effect is. Dat zijn niet de grote reacties zoals je dat ziet bij andere doelgroepen. Voor de effecten bij deze doelgroep moet je klein kijken. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat iets wat in de dagelijkse praktijk niet werd gezien, in de muziektherapie wel werd gezien: een persoon met (Z)EVMB die eigen regie nam.’
Onderzoek is nodig
Hoe weet je als muziektherapeut wat wel werkt en wat niet? Daar is onderzoek voor nodig, weet Richard vanuit zijn praktijkervaring. ‘Op de werkvloer wil je bewijs, je wilt niet steeds het wiel opnieuw hoeven uit te vinden. En als je het management wil overtuigen om muziektherapie in te zetten, dan heb ik onderbouwde argumenten nodig. Onderzoek levert inzicht op over wat werkt en wat niet.’
Het onderzoek
Het onderzoek naar de effecten van improviserende muziektherapie op mensen met (Z)EVMB bestaat uit literatuuronderzoek en een case-studie. ‘In een literatuuronderzoek ga je op zoek naar wat er al onderzocht is. Het bevestigde onze aanname dat er nog maar weinig bekend is.’ In de case-studie heeft Richard een erkende muziektherapeut geobserveerd en gefilmd tijdens een behandeling. ‘In deze video-observatie kijk ik naar wat een muziektherapeut doet: wat zijn de motivaties, hoe zien de improvisaties eruit, wat gebeurt er bij de persoon met (Z)EVMB? Daarnaast heb ik de moeder geïnterviewd en een begeleider.’
Data
De video-observatie en de interviews leveren veel materiaal (data) op, wat nu verwerkt wordt om er in een latere fase conclusies aan te verbinden. ‘Ik ben nu bezig met het uitschrijven van de video (transcriptie), ik heb de video in fragmenten geknipt en alle fragmenten gecodeerd en gelabeld. Dat zijn er ruim 500. Deze ga ik nu groeperen op onderwerp, bijvoorbeeld gebruik van een instrument, gedrag van therapeut, effecten op persoon. Als dat afgerond is gaan we door naar de analysefase, waar conclusies worden getrokken en discussie plaatsvindt. We verwachten na de zomer meer te kunnen vertellen.’
- Informatie over het onderzoek vind je hier https://aw-emb.nl/onderzoek/muziektherapie
- Meer lezen over het werk van Richard als muziektherapeut op de website van zijn praktijk: www.muzijn.nl